De Tosa Inu is afkomstig uit Kochi in Japan. Tosa’s zijn ook wel bekend als Tosa Ken, Japanse Mastiffs, Japanse gevechtshonden, Sumo Dog, na het Japanse Tosa Touken of Tosa Tôken, wat letterlijk betekent ‘Tosa gevechtshond’. De Tosa Inu is vernoemd naar het gebied waar ze werden gefokt, de oudste Tosa provincie, nu bekend als prefectuur Kochi. Het achtervoegsel ‘Inu’ of ‘Ken’ betekent hond.

De Tosa provincie was een populair hondengevecht gebied. Hun karakter weerspiegelt kenmerken van de Japanse cultuur en mentaliteit. Het ras is ontstaan uit de inheemse Shikoku Inu (ook wel bekend als Nihon Inu). De Shikoku Inu werd oorspronkelijk gefokt voor de jacht op wilde zwijnen. De Tosa Inu werd speciaal gefokt voor hondengevechten tijdens het Meiji tijdperk (1868-1912). Om de Tosa Inu uiteindelijk sterker te maken, zodat hij de op dat moment sterkere Akita Inu te kunnen verslaan, werden er Europese rassen ingekruist. Te weten de rassen; St. Bernards, Mastiff’s, Duitse Doggen, Bloedhonden, Engelse Pointer, Bulldog, Bullterrier en de Duitse Jachthond. Het doel was om het meest krachtige hondenras te fokken. Vandaag de dag zijn de Tosa’s waarschijnlijk het enige ras wat nog legaal actief wordt gebruikt voor hondengevechten. Echter gelden hierbij andere spelregels dan bij de illegale hondengevechten elders in de wereld. De Japanners hebben een soort strijd ontwikkeld volgens hun mentaliteit.
Houd er rekening mee dat niet iedere Tosa identiek is aan de omschrijving. Net zo goed dat mensen verschillende karaktereigenschappen en interesses hebben, geldt dit ook voor honden. De Tosa’s (Japans: 土佐闘犬) zijn over het algemeen zelfbewuste, geduldige, evenwichtige, intelligente en rustige honden.
Ze maken zich zelden druk, behalve wanneer ze het gevoel hebben dat hun gezin bedreigd wordt of wanneer zich ongewenste bezoekers aandoen tijdens afwezigheid van ‘eigen volk’. Het zijn goede waakhonden, die een aangeboren instinct hebben om hun mensen en territorium te beschermen. Een Tosa is niet geschikt als kennelhond, omdat hij weg zal kwijnen zonder aandacht en liefde van zijn baasje(s).
Voor ‘eigen volk’ is de Tosa aanhankelijk en aanhalig, aan vreemden hebben ze geen boodschap. Doorgaans stellen ze zich terughoudend tot waakzaam op ten opzichte van onbekenden, maar als de baas zegt dat het goed is dan leggen ze zich vaak daarbij neer. Bekenden van zijn mensen worden dan ook meestal vriendelijk benaderd. Over het algemeen kunnen ze prima met kinderen overweg, mits gesocialiseerd uiteraard. Tosa’s zijn uiterst moedig en hard voor zichzelf. Het zijn geen blaffers en kwijlen doorgaan niet of nauwelijks.
 
Houding ten opzichte van soortgenoten is ietwat dominant. De reuen kunnen zelfs èrg dominant zijn tegen seksegenoten. Houd een Tosa in ieder geval uit de buurt van strijdlustige honden, want ze gaan confrontaties zeker niet uit de weg. Mochten ze worden aangevallen, dan zal de afloop van de strijd in de meeste gevallen in hun voordeel uitvallen gezien de grootte en kracht. Met katten en andere huisdieren hoeft u normaal gesproken weinig tot geen problemen te verwachten. Ook hier speelt de socialisatie weer een grote rol.
 
Honden van dit ras dienen op een zeer evenwichtige, liefdevolle en consequente manier opgevoed te worden. Ze zijn erg gevoelig voor de intonatie van de stem. Als u duidelijk bent en overwicht op de hond heeft, dan zijn strafmaatregelen en correcties vrijwel overbodig. Leer de hond bijvoorbeeld op jonge leeftijd het trekken aan de lijn af, want als hij volwassen is dan trekt hij je met gemak voort over de stoep. Besteed ook veel tijd aan de socialisatie. In principe heeft een Tosa voldoende aan een gemiddelde hoeveelheid lichaamsbeweging. Hij zal het daarbij op prijs stellen dat hij af en toe mee wordt genomen naar bos, heide, strand etc. Het ras loopt over het algemeen niet warm voor balspelletjes en dergelijke. In huis gedragen ze zich rustig. De Tosa is niet geschikt voor iedereen en zeker niet voor beginners die nog onzeker zijn in het opvoeden van een hond.
 

Rasgroep: 2.

Land van herkomst: Japan.

Gebruik: Voorheen vechthond, nu waakhond.

Algemeen voorkomen: Grote statige hond, robuust gebouwd. De hond heeft hangende oren, kort haar, een vierkante voorsnuit en een hangende staart die dik is aan de wortel.

Gedrag en temperament: Het temperament wordt gekenmerkt door geduld, kalmte, durf en moed.

Hoofd - schedelgedeelte:
Schedel : Breed. 
Stop: Nogal abrupt.

Hoofd - aangezicht:
Neus: Groot en zwart.
Snuit: Matig lang. Neusbrug recht.
Kaken: Sterke onder- en bovenkaken.
Tanden: Sterk schaargebit.
Ogen: Relatief klein, donkerbruin van kleur met een waardige expressie.
Oren: Relatief klein, redelijk dun, hoog geplaatst op de zijkanten van de schedel, dicht bij de wangen hangend.

Nek: Gespierd met keelhuid.

Lichaam:
Schoft: Hoog.
Rug: Recht en sterk.
Lendenen: Breed en gespierd.
Croupe: Licht gewelfd aan de bovenkant.
Borst: Breed en diep, ribben matig gewelfd.
Buik: Goed opgetrokken.

Staart: Dik aan de wortel, taps toelopend naar de punt, rijkend tot het spronggewricht wanneer deze naar beneden hangt.

Ledematen - voorhand: 
Schouders: Matig hellend.
Onderarm: Recht, matig lang en sterk.
Middenvoeten: Licht geheld en robuust.
Ledematen - achterhand:
Spieren zeer ontwikkeld. Knie- en spronggewricht matig gehoekt, sterk.

Voeten: Stevig gesloten. Pads dik en elastisch. Nagels sterk en liefst donker van kleur.

Gang en beweging: Robuust en krachtig

Vacht :
Haar: Kort, hard en dicht.
Kleur: Rood, fawn, abrikoos, zwart, brindle. Kleine witte markeringen op borst en voeten zijn toegestaan.

Maat: Minimale schofthoogte voor reuen is 60 cm, voor teven 55 cm.

Fouten: Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet.

• Licht bot
• Snipey voorsnuit
• Lichte boven- of onder voorbeet.

Diskwalificerende fouten:
• Ernstige boven-of onder voorbeet
• Schuwheid

 N.B. : Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.